Textiele werken
In de textiele werken onthullen voorstellingen zich slechts gedeeltelijk. Er zijn af en toe figuren te herkennen, een hand verschijnt in een hoek, soms doet het blauw aan als een heldere lucht in een open landschap. Tegelijkertijd hebben deze beelden iets vluchtigs, ze lijken elk moment te kunnen oplossen, zoals herinneringen dat ook kunnen. Schoonhoven bewerkt het canvas met zonlicht gevoelige fototransfers die langzaam oplossen in het doek, verf en blauwdrukken. De doeken zijn zo geweven dat ze na verloop van tijd uitrekken. Het beeld staat daardoor niet vast, maar verandert voortdurend.
Met deze weerstand tegen fixatie probeert hij ruimte te maken voor ambiguïteit en onzekerheid in een cultuur die gericht is op zichtbaarheid, herkenbaarheid en eenduidigheid. Zijn werk beweegt zich op de grens van schilderkunst en textiel, tussen aanwezigheid en verdwijnen. Hierdoor zijn de zelfportretten geen vaste weergaven, maar erkenningen van verandering. Met deze zelfportretten nodigt Schoonhoven de toeschouwer uit om stil te staan bij het besef dat niets blijvend is en dat juist daarin schoonheid kan schuilen.






