Home » Nieuws en media » Dubbel-interview: Windows of Opportunity

Dubbel-interview: Windows of Opportunity

17-11-2018
Twee keer per jaar mag een veelbelovende kunstenaar in het gigantische raam van de theaterfoyer van Museum Singer Laren exposeren. Het is een waar ‘Window of Opportunity’. Kunstenaar Jimi Kleinbruinink bijt de spits af. Lees dit dubbelinterview met hem én met Jan Rudolph de Lorm, directeur van Singer Laren.

Een interview met de kunstenaar Jimi Kleinbruinink

in de nieuwe theaterfoyer van het Singer Museum in Laren moest een bank komen. Het werd een kunstwerk. Toen de lichten van ‘Undercurrent’ aangingen en iedereen verwonderd naar boven staarde zag ook kunstenaar Jimi Kleinbruinink het effect van zijn werk voor het eerst: “Het is echt beter dan ik had durven hopen.”

Hoe ziet de dag van een kunstenaar er uit?
“Minder romantisch dan ik vroeger dacht. Toen ik op de academie zat werkte ik nog wel eens hele nachten door. Nu ook nog wel, als het moet, maar mijn dagen zijn meer gestructureerd. En naast het maken van de werken ben ik ook veel bezig met andere dingen zoals mensen enthousiasmeren voor nieuwe projecten, beeld bewerken, de website bijhouden, mail beantwoorden, openingen, belasting, administratie…”

Leidt dat niet af van waar het om gaat, het maken van kunst?
“Ik moet daar echt tijd voor vrijmaken. Zeker aan begin van een nieuw project heb ik altijd een aanlooptijd nodig. Dat frustreerde me vroeger, want je wilt ‘iets’ hebben. Inmiddels heb ik het geaccepteerd.
Door die warming up, het aanmodderen in de eerste fase kan ik me beter focussen en efficiënter werken. Als het concept er is, dan is het gewoon uren maken. Toen ik nét afgestudeerd was probeerde ik nog alles door elkaar te doen, maar ik kan helemaal niet multitasken.
Als je iets doet, moet je het met je volle aandacht doen. Als de deadline nadert, komt mijn creativiteit op scherp te staan. Dan krijg ik opeens een ingeving. Vaak is die niet meer in te passen in het werk waar ik dan mee bezig ben, maar kan ik het later wel gebruiken. Zo zat het concept in Laren ook al een tijdje in m’n hoofd.”

Ideeën beginnen als losse eilandjes

Wie langs het Singer in Laren komt kan Undercurent niet ontgaan. Het werk is geweldig om te zien…
“Als je buiten het Singer staat en je kijkt naar boven dan heeft het iets magisch, net als het Noorderlicht. Undercurrent is een werk met drie kanten: het originele object, de reflectie en de schaduw van het object. De harde materie, schaduwwereld en de reflectie vormen een perfect samenspel. Het klopt helemaal. Ideeën beginnen als losse eilandjes en die moeten uiteindelijk bij elkaar komen. Het haakt perfect in elkaar. Hoe dat werkt, dat is niet helemaal te verklaren. Het is iets intuïtiefs, een gut feeling.”

Maar het is dus niet alleen mooi?
“In de vorm zelf zoek ik ook betekenis. Tijdens het maakproces heb ik veel gelezen over de ideeën van de psycholoog Carl Jung. Kort door de bocht gaat het erover dat iedereen een schaduwversie van zichzelf heeft. Onze geest kent altijd een onderstroom, een ‘Undercurrent’ - een donkere kant. Daarom is die reflectie interessant. Wie ben ik als Jimi en hoe ik zie ik mezelf? En in hoeverre hou ik mezelf voor de gek?
Ons brein maakt heel netjes een lineair verhaal van onze herinneringen. Die schaduw, de reflectie op de muur in het werk is ook heel ordelijk. We hebben een idee dat we weten wie we zijn, maar in hoeverre komt dat overeen met wie we echt zijn? Dat is de metafoor van Undercurrent: Wie ben je? Je schaduw? Je reflectie? Of ben je het allemaal?”

Wat denk jij?
“Ik denk niet dat we onszelf volledig kunnen kennen. Maar voor mij is zelfonderzoek belangrijk. Ik ben het nulpunt van waaruit mijn werk ontstaat. Alles wat ik doe en maak komt voort uit mij. Ik probeer mijn eigen zwaktes en sterktes te ontdekken. Mensen zijn geneigd om weg te kijken als het gaat om hun minder leuke eigenschappen, maar er is veel te winnen als je dat wel kunt.”

 

"Toen de lichten aangingen was het ook voor mij een verrassing."

Zien mensen die naar je werk kijken dit ook?
“Ik vind dat niet belangrijk, anders was ik wel psycholoog geworden. Ik probeer met mijn werk juist een beeldtaal te creëren voor gevoelens die ik niet onder woorden kan brengen.”

Misschien helpt het niet mee dat je werk zo mooi is… 
“Ha ja dat is een lastige bijkomstigheid. Ik ben altijd op zoek naar tegenstellingen. Het werk moet visueel prikkelen. Er zitten quasi psychologische theorieën achter mijn werk. Dat mensen dat niet heel direct zien, is niet erg. Mijn werk communiceert visueel. Het moet mensen prikkelen en dat lukt als mensen het werk fantastisch vinden. Wat je door het raam ziet lijkt digitaal, maar is analoog. De techniek is simpel, toch verwonderen mensen zich er over. Met eenvoudige middelen kun je een heel bijzonder resultaat bereiken. Dat je kijkt en denkt: Wow!”

Ben je ooit helemaal tevreden? 
“Als iemand op die vraag ‘ja’ zegt, liegt hij. Het is natuurlijk de bedoeling dat werk waar je niet tevreden over bent de studio niet verlaat. Toen de lichten aangingen was het ook voor mij een verrassing, ik zie het effect ook pas bij de opening. Het is echt beter dan ik had durven hopen.”

Je woont in Groningen, is dat een inspirerende plek voor kunstenaars? 
“Na de academie dacht ik dat ik zo snel mogelijk weg moest. Het is niet zo gelopen. In Amsterdam zijn meer openingen, kortere lijntjes. Maar ook meer afleiding, meer concurrentie en meer prikkels. Groningen is een studentenstad, dus aan inspiratie geen gebrek. Maar ik zit hier niet vast. Ik ben een nomade. Ik hoop binnenkort een tijdje naar het buitenland te gaan. De wereld is onze speeltuin. Waar we inspireren en geïnspireerd worden. Ik vind het belangrijk om heel veel mensen en plekken te zien.”

Mijn werken zijn nu al groot, maar ik denk dat het nog veel groter gaat worden


Ja, vind je het belangrijk om je werk te laten zien aan de buitenwereld?
 
“Ik ben nu 5 jaar in de buitenwereld bezig. Iedere kans om te exposeren heb ik aangegrepen. Het laten zien van mijn werk is een belangrijk deel van waarom ik dit doe. Het voelt niet als de bedoeling om me af te sluiten. We zijn hier met z’n allen. Ik denk dat mijn werk en kunst in het algemeen gaat om communicatie.”

Wat hoop je te bereiken? 
“Ik studeerde af met sculpturen die stilstaan van een vast formaat. Al heel snel is dat uitgegroeid tot megalomane projecten waarbij ik mensen moet inhuren. Mijn werken zijn nu al groot, maar ik denk dat het nog veel groter gaat worden. Zo kun je het publiek een nog intensere ervaring geven. Ik hoop een nog groter publiek te vinden voor mijn ideeën. Door geïnspireerd te worden en weer terug te geven. Zoveel mogelijk mensen te ontmoeten. Het hele spectrum van ‘mens zijn’ te onderzoeken.”

Hoe was het om Undercurrent voor Singer te maken? 
“Ik kreeg totale vrijheid van Singer. Ze waren de ideale opdrachtgever. Ik heb meegemaakt dat een opdrachtgever neurotisch grip probeerde te krijgen op wat ik aan het maken was. Van Singer kreeg ik al het vertrouwen. Terwijl ze zoiets nog nooit eerder hadden gedaan. Als er rust is in zo’n maakproces draagt dat bij aan de kwaliteit.”

Tijdens het openingswoord sprak je heel bescheiden over je werk… 
“Ik heb een mate van nederigheid nodig om door te gaan. Het is een emotioneel vak. Het ene moment lopen er 3 projecten tegelijk, dan is er weer een tijdje rust. Daar moet je mee leren omgaan. Het is geen gewone baan.”

 

Jan Rudolph de Lorm, directeur van Museum Singer Laren gaf Jimi carte blanche

Een gigantisch groot raam van de theaterfoyer van Singer Laren. Iedere de paar maanden mag een jonge, veelbelovende kunstenaar in dat raam exposeren – het ‘Window of Opportunity’. Kunstenaar Jimi Kleinbruinink bijt de spits af. Jan Rudolph de Lorm, directeur van Museum Singer Laren gaf Jimi carte blanche.

Jullie gaven Jimi alle vrijheid om te maken wat hij wilde, niet elk museum durft dat aan..
“Een kunstenaar moet je natuurlijk gewoon zijn gang laten gaan. Als je iemand vraagt een kunstwerk te maken moet je er ook helemaal achter staan. Ik had al eerder werk van Jimi gezien dus ik wist wat hij kon. Voor Jimi was het een avontuur: Er was een thema en daar kon hij mee improviseren. Vergelijk het met jazzmuziek. Het is een krachtige compositie geworden.”

Het eerste idee was dat er een bank zou komen, spijt?
“Ik ben heel blij met het resultaat. Ik maakte de grap dat we eigenlijk alleen met dode kunstenaars werken. In het Singer hangt vooral veel kunst van rond 1900. Maar we maken ook graag uitstapjes naar het heden. Dat is wel een hele andere league. Vandaar dat ik erg blij ben met de samenwerking met Keep an Eye en Pouloeuff. We zijn de samenwerking aangegaan, juist omdat zij de kenners zijn als het om jonge kunstenaars gaat.
Het idee ontstond heel spontaan, maar alles viel op z’n plek. Het werk is heel theatraal. Het is kunst én theater. Het laat zien dat er dynamiek is achter het raam.”

Ik zie Jimi's werk als een toverlantaarn

 
Wat zie je in het werk van Jimi?

“Ik zie het als een reuze toverlantaarn. Verlichting tijdens deze donkere dagen. Je wordt verleid door de kleuren, het licht, het monumentale, de beweging. Het werk geeft je een kijkje in de keuken. De achterkant vind ik heel mooi, maar het is wel de achterkant. Zoals de façades in steden – die zijn mooi maar eigenlijk is de achterkant van die steden met haar marktjes en sloppenwijken interessanter. De voorkant is een illusie, de achterkant is echt.”

Hoe reageren mensen op het werk? Vang je wel eens wat op? Hij loopt naar een aantal museumgasten die zich om het werk hebben verzameld en vraagt of ze wisten of ‘Undercurrent’ hier te zien was.
“Het is een verrassing voor ze. In de museumwereld noemen ze dit een interventie. Je komt voor iets anders en wordt verrast door het onverwachte. Je begrijpt het misschien niet meteen, maar het raakt, of betovert of het maakt blij. Het is onverwacht, maar wel gedoseerd, dat maakt het spannend”

 





Schrijf je in voor onze nieuwsbrief